Erfbelasting is voor veel mensen zo’n onderwerp dat je liever voor je uitschuift. Niet omdat je er niets over wílt weten, maar omdat het al snel voelt als een mix van verdriet, papierwerk en ingewikkelde regels. En toch: juist die regels staan op het punt te veranderen.

Vanaf 2028 wil de Belastingdienst anders gaan rekenen. Het is geen maatregel die je meteen op je bankrekening ziet binnenkomen, maar wél eentje die later kan bepalen hoeveel er uiteindelijk naar de fiscus gaat. En dat verschil kan behoorlijk oplopen.
Wat er straks anders wordt achter de schermen
Erfbelasting betaal je over wat je krijgt uit een nalatenschap. Dat kan geld zijn, maar ook iets minder tastbaars: een vordering, een recht op een bedrag in de toekomst, of een verdeling waarbij één iemand alles mag gebruiken terwijl anderen “op papier” al meedoen.
De crux zit in de waardering: hoeveel is zo’n recht vandaag waard? Daar gebruikt de fiscus rekenregels voor, met onder meer een rentepercentage en tabellen die rekening houden met levensverwachting. Precies die basis wordt vanaf 2028 gemoderniseerd.
Waarom de huidige rekenregels niet meer kloppen
De regels die nu gelden komen uit een tijd waarin 6% rekenrente heel normaal werd gevonden en mensen gemiddeld minder lang leefden. Inmiddels is de levensverwachting gestegen en hebben we jaren lage (en soms zelfs negatieve) rentes gezien.
Dat levert rare effecten op. Sommige constructies die vooral op papier bestaan, worden fiscaal relatief laag gewaardeerd. Daardoor kan de belastingdruk in vergelijkbare situaties toch scheef uitpakken, afhankelijk van hoe een nalatenschap is ingericht.

Het plan: rekenen met nieuwe tabellen en een meebewegende rente
De richting is duidelijk: actueler rekenen. In plaats van vasthouden aan een vaste 6% wil men overstappen op een variabele rekenrente die jaarlijks kan veranderen. Ook de levensverwachtingstabellen worden geactualiseerd.
Die rente wordt gekoppeld aan een vijfjaarsgemiddelde van marktrentes. Met de huidige cijfers zou dat grofweg rond de 3% kunnen liggen, maar dat is geen garantie. Het idee is juist: meebewegen met de werkelijkheid.
Waarom “lagere rente” niet automatisch gunstig is
Lager klinkt aantrekkelijk, maar bij erfbelasting draait het om tijd. Hoe lang loopt een recht door? Wanneer wordt een vordering opeisbaar? En hoeveel is dat toekomstige bedrag vandaag waard volgens de rekentabellen?
Als mensen langer leven én de waardering anders wordt berekend, kan dat ertoe leiden dat bepaalde rechten juist hoger uitkomen in belaste waarde. Vooral bij langlopende constructies kan dat de uiteindelijke erfbelasting verhogen.
Wie het meest gaat merken van deze verandering
De grootste impact ligt bij grotere vermogens en bij nalatenschappen met “papieren” elementen: vorderingen, vruchtgebruik, uitgestelde uitkeringen of ingewikkelde verdelingen. Daar zit simpelweg meer rekenruimte, en dus meer gevoeligheid.
Wie een eenvoudige situatie heeft — bijvoorbeeld alleen spaargeld en een woning zonder bijzondere afspraken — zal vaak minder verschil merken. Maar zelfs dan kan de nieuwe rentemethode nét een andere uitkomst geven dan je verwacht.
Langstlevendetestamenten: waar de echte rekensom begint
In veel Nederlandse gezinnen is het langstlevendetestament populair. De partner die achterblijft kan financieel door, terwijl de kinderen een vordering krijgen die pas wordt uitbetaald bij het overlijden van de tweede ouder.
Soms zit daar ook een renteafspraak aan vast, of is er sprake van vruchtgebruik: de partner gebruikt het vermogen, terwijl de kinderen juridisch al eigenaar zijn. Juist zulke situaties zijn gevoelig voor nieuwe tabellen en rente.
Papieren schenkingen kunnen minder voordelig worden
Een papieren schenking klinkt simpel: je schenkt een bedrag, maar leent het dezelfde dag terug. Op papier schuift vermogen naar de volgende generatie, terwijl jij het geld nog in handen houdt. Dit werd jarenlang vaak gebruikt.
Met een andere rekenrente kan de fiscale aantrekkelijkheid veranderen, omdat de Belastingdienst het “recht” anders waardeert. Let ook op de spelregels: er moet een zakelijke rente zijn en die moet meestal echt jaarlijks worden betaald.
Vanaf wanneer geldt dit en geldt het ook terug
De beoogde ingangsdatum is 2028. Dat betekent dat de nieuwe waarderingsregels gaan gelden voor overlijdens vanaf dat jaar. Overlijdens vóór 2028 vallen in principe gewoon onder de huidige regels, zonder terugwerkende kracht.
Wel zit dit traject nog in de politieke besluitvorming. Details kunnen verschuiven: hoe de tabellen er precies uitzien, welke rentegrondslag wordt gekozen en of er overgangsregels komen. Maar de koers ligt al vast.
Wat je nu al kunt doen als je niet wilt afwachten
Wie vooruit wil plannen, kan kijken naar schenken tijdens leven. Dat kan met jaarlijkse vrijstellingen of, als de regels het toelaten, met een grotere eenmalige vrijstelling. Zo kun je het vermogen dat later belast wordt verlagen.
Belangrijk is wel: schenk niet op automatische piloot. Zorg dat je zelf financieel veilig blijft, leg afspraken duidelijk vast en bespreek het binnen de familie. Onuitgesproken verwachtingen zijn vaak duurder dan belasting.
Spreiden kan slimmer zijn dan één grote gift
Bij grotere vermogens kan gespreid schenken aantrekkelijker zijn dan één keer een groot bedrag. Niet omdat het altijd een “truc” is, maar omdat vrijstellingen en tariefschijven per jaar en per persoon meewegen.
Bijkomend voordeel: je houdt meer controle. Je kunt elk jaar opnieuw kijken wat passend is, zeker als rentes en wetgeving veranderen. Een vast moment in het jaar om te evalueren voorkomt later onaangename verrassingen.
Meer erfgenamen of legaten: soms loont het, soms wringt het
Door de erfenis over meer mensen te verdelen — bijvoorbeeld met legaten aan kleinkinderen — kun je soms meerdere vrijstellingen benutten. Dat kan het gemiddelde belastingpercentage drukken, afhankelijk van de bedragen en verhoudingen.
Alleen: familie is geen rekensom. Een “fiscale” verdeling kan emotioneel verkeerd vallen, zeker als het niet goed is uitgelegd. Een notaris kan helpen om het helder, uitvoerbaar én eerlijk aan te laten voelen.
Het combitestament als buffer tegen veranderende regels
Een combitestament geeft nabestaanden na het eerste overlijden keuzemogelijkheden. Dat kan handig zijn als je nu nog niet weet hoe hoog het vermogen later is, hoe de rente zich ontwikkelt of hoe de gezinssituatie eruitziet.
Die flexibiliteit is juist interessant als rekenregels veranderen. Let wel: keuzes hebben vaak deadlines en voorwaarden. Flexibel betekent dus ook: op tijd beslissen en het netjes vastleggen, zodat je niet alsnog in een ongunstige hoek belandt.
De grote lijn: minder verschil tussen “papier” en echte waarde
De modernisering is bedoeld om belaste waarden dichter bij de economische realiteit te brengen. Minder voordeel door verouderde aannames, en meer gelijke behandeling tussen situaties die op elkaar lijken. Dat klinkt logisch en eerlijker.
Maar eerlijker kan ook betekenen: duurder. Of het voor jou nadelig uitpakt, hangt af van leeftijd, vermogensopbouw en de gekozen constructies. In simpele situaties blijft de impact vaak beperkt, in complexere juist niet.
Wat er nog openligt in Den Haag
De precieze uitwerking moet nog door de politieke molen. Kamerleden kunnen bijsturen op de rentegrondslag, tabellen of overgangsregels. Tot die tijd is het vooral verstandig om scenario’s door te rekenen in plaats van te gokken.
Wat vrijwel zeker lijkt: de vaste 6% verdwijnt en de levensverwachtingstabellen worden bijgewerkt. Wie nu al plant, doet er goed aan ruimte in te bouwen voor veranderingen. En bespreek het op tijd, niet pas als het moet.
Tot slot: houd de regie binnen de familie
Erfenissen gaan zelden alleen over geld. Ze gaan over vertrouwen, zorg en hoe je wilt dat het later voelt aan tafel. Laat belasting dus niet de enige stuurman zijn, maar neem de nieuwe regels wel serieus in je planning.
Wij blijven volgen hoe dit voorstel verder wordt ingevuld richting 2028 en wat dat concreet betekent. Heb jij ervaring met erfbelasting, schenkingen of een langstlevendetestament? Laat het weten via onze sociale media.
Bron: menszine.nl












