De oproep om een noodpakket in huis te halen klinkt inmiddels bijna als een vast onderdeel van het nieuws, maar toch blijft een groot deel van Nederland er opvallend relaxed onder. Terwijl er de afgelopen maanden campagnes draaiden, voorbeeldlijstjes rondgingen en zelfs kinderprogramma’s werden aangehaakt, blijkt dat veel huishoudens nog altijd niets extra’s hebben klaarliggen.

En dat valt bij minister David van Weel (Justitie en Veiligheid) moeilijk te rijmen. In nieuwe reacties laat hij merken dat hij echt niet begrijpt waarom mensen het onderwerp blijven wegwuiven. Niet omdat hij denkt dat iedereen morgen in een bunker moet kruipen, maar omdat hij het simpelweg logisch vindt om voorbereid te zijn op een tijdelijke verstoring van het dagelijkse leven.
Een campagne die overal opdook
Een paar maanden geleden zette de overheid een brede campagne op om Nederlanders bewust te maken van noodsituaties. Het idee: zorg dat je de eerste 72 uur zelf vooruit kunt als hulpdiensten overbelast raken of systemen platliggen. De boodschap werd niet alleen via spotjes en websites verspreid, maar ook op plekken waar je het niet direct verwacht.
Zelfs het Sinterklaasjournaal werd ingezet, een programma dat traditioneel veel gezinnen met kinderen trekt. Op de bijbehorende website kon je zelfs noodpakketten aanschaffen. De aanpak was duidelijk: als je mensen echt wilt bereiken, moet je ze op verschillende manieren en via verschillende kanalen aanspreken.
De cijfers: nog steeds geen meerderheid
Toch laten nieuwe cijfers van Ipsos I&O iets zien dat haaks staat op die inzet: meer dan de helft van de Nederlanders heeft nog altijd geen noodpakket in huis. Volgens de meest recente meting beschikt 44 procent van de huishoudens wél over zo’n pakket, en dat wordt door de minister als te laag gezien.
Veel mensen halen neus op voor noodpakket: ’Maar dreiging groter dan ooit’ https://t.co/vF3fXhkVpn
— De Telegraaf (@telegraaf) April 13, 2026
Van Weel noemt het een ‘zorgelijke situatie’, vooral omdat bepaalde groepen nauwelijks zijn bereikt. Jongeren noemt hij daarbij expliciet. “Er is zeker nog werk aan de winkel,” is de conclusie. Met andere woorden: de campagne is niet klaar, want de boodschap landt nog lang niet overal.
Waarom mensen afhaken: angst of verantwoordelijkheid?
De peiling laat ook zien waarom sommige Nederlanders niet meebewegen met het overheidsadvies. Zo denkt 14 procent van de ondervraagden dat de overheid vooral bezig is met ‘angst zaaien’. In die lezing voelt een noodpakket dan niet als praktische voorbereiding, maar als een psychologische truc om mensen onrustig te maken.
Een andere groep ergert zich juist aan wat zij zien als het doorschuiven van verantwoordelijkheden. Zij vinden dat de overheid in dat geval zélf moet leveren: als een noodpakket echt nodig is, waarom krijgt elk huishouden het dan niet standaard? Het is een discussie die snel principieel wordt, ook al gaat het in de basis om blikvoer, water en batterijen.
Van Weel wijst op spanningen en moderne kwetsbaarheid
De minister houdt vol dat het niet om paniek gaat, maar om realiteitszin. Hij wijst op geopolitieke spanningen, extreem weer en een overbelast stroomnet. Volgens hem is het idee dat ‘er toch niks gebeurt’ niet alleen optimistisch, maar ook riskant in een tijd waarin alles met alles verbonden is.
Van Weel noemt bijvoorbeeld de internationale spanningen rond Iran als teken dat de wereld onrustiger is. Dat betekent volgens hem niet dat Nederland meteen in een oorlogssituatie belandt, maar wél dat de kans groeit dat verstoringen — ook digitaal — sneller effect hebben op ons dagelijks leven.
72 uur zelfredzaam: geen luxe, maar basis
De kern van de oproep blijft: zorg dat je de eerste 72 uur zelf kunt overbruggen. Niet omdat ‘de overheid niks doet’, maar omdat hulp en herstel bij grote storingen tijd kosten. In die eerste periode is het handig als je thuis gewoon kunt eten, drinken en licht hebt.

Van Weel zegt dat het leven behoorlijk verstoord kan raken door iets wat heel dichtbij voelt, zoals uitval van spoor of energie na een cyberaanval. Juist omdat Nederland zo gedigitaliseerd is, zijn verstoringen niet altijd zichtbaar aan de buitenkant, maar wel direct merkbaar in winkels, communicatie en betaling.
Geen paniek, wel een realitycheck
Tegelijk probeert de minister te voorkomen dat mensen doorschieten naar doemdenken. Een noodpakket is geen teken dat je morgen alles kwijtraakt, maar dat je voorbereid bent op een tijdelijke tegenvaller. Precies zoals je een reserveband hebt, ook al hoop je hem nooit te gebruiken.
Hij haalt daarbij een persoonlijke ervaring aan: in zijn straat viel onlangs de stroom een paar uur uit vanwege werkzaamheden. Door complicaties duurde het uiteindelijk de hele dag. En dan komt zo’n simpele vraag ineens echt op tafel: hoe ga je vanavond eigenlijk spaghetti koken als je fornuis het niet doet?
Wat er in de praktijk vaak misgaat
Veel mensen denken bij een noodpakket meteen aan extreme scenario’s, maar in de praktijk zit de stress vaak in kleine dingen. Geen pinmogelijkheden, een lege telefoon, geen warm water en plots geen informatie. Dan merk je pas hoe afhankelijk je bent van stroom, netwerk en ‘dat het gewoon werkt’.
Een noodpakket hoeft ook niet in één keer duur te zijn. Veel spullen heb je misschien al: flessen water, houdbaar eten, kaarsen, een zaklamp, powerbank, lucifers, wat contant geld en basis-ehbo. Het gaat vooral om de gewoonte om het op één plek klaar te hebben liggen.
De discussie blijft: wie moet wat doen?
De onderliggende discussie zal intussen niet verdwijnen: hoeveel verantwoordelijkheid ligt bij de burger en hoeveel bij de overheid? Voorstanders van een verplichte verstrekking vinden dat de overheid niet alleen moet waarschuwen, maar ook moet faciliteren. Tegenstanders vinden juist dat voorbereiding bij volwassen burgerschap hoort.
Wat we nu vooral zien, is dat de oproep pas echt effect heeft als mensen het kunnen vertalen naar hun eigen leven. Niet “crisissituatie” als abstract woord, maar: wat als je drie dagen niet kunt pinnen, je koelkast uitvalt en je geen nieuws kunt volgen? Dan wordt het ineens praktisch.
Wat vind jij: overbodig of gewoon slim?
Voor minister Van Weel is het duidelijk: onderschat de dreigingen niet, maar raak ook niet in paniek. Een noodpakket is volgens hem geen luxe en geen hysterie, maar een basismaatregel die je liever te vroeg dan te laat regelt — al is het maar om rust in je hoofd te houden.
Ben jij al voorbereid, of vind je dit vooral overdreven en een taak van de overheid? Laat het weten via onze sociale media — we zijn benieuwd hoe jij hierover denkt en wat jij in jouw noodpakket (wel of juist niet) zou stoppen.
Bron: Telegraaf












