Het kabinet heeft besloten dat vanaf 2028 de manier waarop vermogen wordt belast ingrijpend verandert, met directe gevolgen voor miljoenen Nederlanders met spaargeld, beleggingen of cryptovaluta. De Belastingdienst laat het oude systeem los waarin lang is uitgegaan van een verondersteld rendement op vermogen van spaarders en beleggers. Deze wijziging is het resultaat van jarenlange politieke discussies over eerlijkheid en juridische verplichtingen richting burgers en staat.

Verandering van rendement naar daadwerkelijke opbrengst
Tot dusver rekende de Belastingdienst spaargeld en andere vermogensbestanddelen aan de hand van een fictief rendement, ongeacht wat mensen werkelijk verdienden of verloren. Dat systeem was vooral in tijden van lage spaarrente nadelig voor spaarders, die belasting betaalden over rendement dat feitelijk niet werd behaald. Voortaan hoeft alleen het daadwerkelijke rendement, opgebouwd uit rente, koerswinst of dividend, te worden aangegeven en belast.
Verschil in belastingmomenten voor verschillende activa
De herziening maakt een duidelijke scheiding tussen verschillende vormen van vermogen. Voor spaargeld, beursgenoteerde aandelen en cryptovaluta geldt dat jaarlijks moet worden geregistreerd hoeveel winst of verlies is behaald.
Die winst of verlies wordt vervolgens belast, zelfs als winst niet is omgezet in liquide middelen door verkoop. Voor andere vormen van bezit, zoals een tweede woning of aandelen in startende bedrijven, blijft belastingheffing gekoppeld aan het moment van verkoop en daadwerkelijke winstrealisatie.
Historisch kader voor hervorming
Het zogenoemde box 3-stelsel bestond sinds 2001 en berustte jarenlang op de fictieve rendementsbenadering. In 2021 oordeelde de Hoge Raad dat deze aanpak strijdig is met het eigendomsrecht, waardoor het kabinet genoodzaakt was een alternatief te zoeken. Die zoektocht werd gekenmerkt door politieke discussies over uitvoerbaarheid, rechtvaardigheid en administratieve belasting voor burgers en de Belastingdienst.

Jaarlijkse belasting op echte rendementen
Vanaf 2028 moet belastingplichtigen jaarlijks inzicht geven in de juiste opbrengsten of verliezen op hun vermogen. Die werkwijze vervangt de vaste percentages die spaargeld en beleggingen automatisch als rendement werden aangerekend. Het houdt in dat bijvoorbeeld ongerealiseerde koerswinst op beleggingen wordt meegenomen als belastbare opbrengst, ook al is dat rendement nog niet verkocht of omgezet in geld.
Daling van rendement kan lasten verlagen
Het nieuwe stelsel werkt twee kanten op: verliezen drukken het belastbare bedrag. Als de waarde van bezittingen daalt, kan dat ertoe leiden dat belastingplichtigen geen belasting verschuldigd zijn of dat de te betalen belasting lager uitvalt.
Dit mechanisme sluit nauw aan bij de feitelijke marktontwikkelingen, maar vereist wel dat belastingplichtigen nauwgezet gegevens bijhouden over koersschommelingen, aankoopdata en verkoopprijzen.
Administratieve uitdagingen voor belastingplichtigen
De hervorming brengt een sterkere administratieve last met zich mee. Mensen moeten over meerdere rekeningen, brokers en vermogenstransacties precies vastleggen welke opbrengsten of verliezen zijn gerealiseerd of ongerealiseerd. Niet alle banken en financiële instellingen leveren volledige automatische gegevens aan de Belastingdienst. Daardoor zijn particulieren zelf verantwoordelijk voor een correcte administratie, wat tijd en wellicht professioneel advies vereist.
Bankgegevens en gegevensuitwisseling
Hoewel banken een deel van de benodigde informatie automatisch kunnen aanleveren, is dat nog lang niet volledig. Voor vastgoed blijven eigen taxaties, aankoopkosten en mutaties in waarde cruciaal. Buitenlandse beleggingsrekeningen hebben vaak geen automatische data-overdracht met de Nederlandse fiscus, waardoor eigen administratie en zorgvuldigheid essentieel worden.

Keuzevrijheid in overgangsperiode
Tot 2028 biedt het kabinet een overgangsfase waarin belastingplichtigen kunnen kiezen tussen het oude fictieve rendementssysteem of het nieuwe systeem gebaseerd op daadwerkelijke opbrengsten. Deze keuze kan afhankelijk van persoonlijke situatie financiële verschillen maken. Het kabinet benadrukt dat het verstandig is om deze overgangsjaren te benutten om administratie op orde te brengen en mogelijke financiële risico’s te beperken.
Verplichting na 2028 voor iedereen
Vanaf 2028 vervalt de keuzemogelijkheid en geldt het nieuwe systeem zonder uitzondering. Belastingplichtigen worden dan verplicht hun daadwerkelijke rendement te rapporteren, ongeacht of dit positieve of negatieve resultaten betreft. Het kabinet hoopt hiermee meer rechtvaardigheid en samenhang in het belastingstelsel te brengen.
Langetermijnambities van het kabinet
Op termijn streeft het kabinet naar een systeem waarin belasting pas volgt bij daadwerkelijke verkoop van vermogen, waardoor belastingplichtigen niet jaarlijks betalen over papieren winsten zonder liquiditeit. Hoewel die ambitie bij voorbaat wordt erkend als eerlijker en intuïtiever, is die nog niet technisch of organisatorisch haalbaar. De Belastingdienst moet eerst zijn systemen moderniseren en wettelijke kaders aanpassen.

Financiële gevolgen voor de schatkist
De implementatie van deze hervorming heeft ook budgettaire implicaties. Het kabinet moet rekening houden met een geschatte jaarlijkse derving van inkomsten van ongeveer 2,4 miljard euro. Dit verklaart waarom een meerderheid in de Tweede Kamer heeft ingestemd met het compromis. Eerdere voorstellen tot uitstel of versoepeling bleken financieel niet haalbaar, waardoor gekozen is voor een mix van rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid.
Kritiek en steun vanuit maatschappelijke hoeken
Er is verdeeldheid over de hervorming. Critici waarschuwen dat vooral kleine beleggers en particuliere spaarders het lastig kunnen krijgen vanwege hogere advieskosten en complexiteit. Voorstanders geven juist aan dat het principe van belasting over daadwerkelijke opbrengst rechtvaardiger is voor iedereen. Volgens hen betaalt alleen wie echt rendement heeft, terwijl mensen met lage of negatieve rendementen niet langer worden benadeeld.
Compensatie voor historisch teveel betaalde belasting
Tegelijkertijd werkt de Belastingdienst aan compensatie voor ongeveer twee miljoen mensen die in het verleden te veel belasting volgens het oude systeem betaalden. Dit proces verloopt gefaseerd en juridisch complex, maar moet bijdragen aan het herstel van vertrouwen in de overheid en het fiscale systeem.
Los van toekomstige belastingregels
De compensatieprocedure staat los van de nieuwe regels die vanaf 2028 ingaan. Mensen die recht hebben op teruggaaf ontvangen hierover bericht via hun persoonlijke communicatiekanalen met de Belastingdienst. De verwerking kan tijd kosten, maar verandert niets aan de toekomstige belastingheffing.
Vooruitkijken is financieel verstandig
Experts raden eigenaren van spaargeld, beleggingen of cryptovaluta aan om nu al hun portefeuilles goed te documenteren en overzicht te creëren. Het vastleggen van koersen, transacties en rendementen wordt essentieel om verrassingen bij de invoering van de nieuwe heffing te vermijden. Ook het plannen van buffers voor mogelijke belastingbetalingen kan toekomstige financiële druk verminderen.
Het kabinet benadrukt dat het wijzigingsproces zorgvuldig en transparant moet verlopen, met oog voor zowel rechtvaardigheid als uitvoerbaarheid. Met de ingrijpende hervorming van de vermogensbelasting wordt een nieuw hoofdstuk in de fiscale geschiedenis van Nederland geopend, waarin daadwerkelijke opbrengsten leidend worden boven veronderstelde rendementen.









