Het leek op het eerste gezicht een onschuldig overzichtje: een soort kassabon met bedragen die je normaal alleen ziet als je echt iets fout hebt gedaan. Maar dit ‘bonnetje’ ging niet over grote criminaliteit—het ging over gedrag dat veel mensen herkennen uit het dagelijkse leven.

Juist dáárom ging het zo hard rond op X (voorheen Twitter). Want zodra bedragen naast gewone situaties worden gezet, ontstaat er meteen spanning: is dit logisch handhaven, of voelt het alsof je voor elk klein dingetje wordt afgerekend?
Wie de lijst opnieuw aanzwengelde
De man die het overzicht de wereld in slingerde is Wybren van Haga. Veel mensen kennen hem nog als voormalig Tweede Kamerlid, en als het gezicht achter BVNL. Sinds zijn partij geen zetels meer won, is hij online opvallend aanwezig gebleven.
Van Haga dook na de landelijke verkiezingsnederlagen niet helemaal onder. Hij blijft zich roeren in het publieke debat en is ook lokaal actief geweest, onder meer in Den Helder. Op sociale media kiest hij daarbij vaak een stevige, scherpe toon.
Waarom dat ‘bonnetje’ zoveel losmaakt
Wat hij deelde was een samengesteld overzicht met boetebedragen voor overtredingen in de openbare ruimte. Geen ingewikkelde strafzaken, maar dingen die je in elke stad of buurt weleens ziet: van honden (niet) aanlijnen tot het voeren van vogels.
Dat is precies waarom mensen blijven hangen. Het gaat niet over “anderen”, maar over situaties waarin je zelf of iemand uit je omgeving zomaar terecht kan komen. En dan voelt zo’n bedrag ineens heel persoonlijk.
Stoepkrijt belandt ineens in het rijtje ‘bekladden’
De meeste reacties draaiden om één regel op het overzicht: stoepkrijten. Voor veel mensen is dat pure nostalgie—een hinkelbaan, een regenboog, een snelle tekening. Een uur later is het vaak al vager, en bij regen verdwijnt het helemaal.

Toch wordt stoepkrijt in dit soort lijstjes gekoppeld aan ‘bekladden van de openbare weg’. Het bedrag dat daarbij genoemd wordt: 170 euro. Het idee dat een kindertekening zo kan worden gezien, schoot bij veel mensen in het verkeerde keelgat.
Dit zijn de boetes die rondgaan in het overzicht
In de gedeelde post staan meerdere voorbeelden die volgens het overzicht door handhavers, zoals BOA’s, kunnen worden beboet. Het lijstje werd online breed geciteerd en daardoor ook los van de oorspronkelijke context verspreid.
De bedragen die in de post rondgaan zijn: duiven voeren (€100), hond laten blaffen (€160), hond niet aanlijnen (€110), open fles of blikje bier op straat drinken (€110), zwemmen bij een brug (€170), klimmen op straatmeubilair (€110) en zonder redelijk doel rondhangen (€110).
De harde boodschap die de discussie verder opstookte
Het bleef niet bij het delen van bedragen. Van Haga plaatste er een felle boodschap bij en noemde de overheid “onze grootste vijand”. Ook waarschuwde hij voor een “controlestaat”, woorden die meteen zorgen voor een grotere, politiekere lading.
Voor zijn achterban klinkt dat als bevestiging van een gevoel dat al langer leeft: dat regels steeds strenger worden en burgers vooral als inkomstenbron worden gezien. Tegelijk vinden anderen dat dit soort taal onnodig polariseert en het gesprek vertroebelt.
Waarom sommige boetes wél logisch voelen
Eerlijk is eerlijk: een deel van de regels is voor veel mensen goed te volgen. Loslopende honden kunnen gevaar of overlast opleveren, drinken op straat leidt in sommige gebieden tot rommel en gedoe, en op risicoplekken zwemmen kan echt levensgevaarlijk zijn.
Boetes zijn ook bedoeld als afschrikmiddel. Als handhaving geen pijn doet, verandert er weinig—dat is de redenering. Gemeenten krijgen bovendien vaak klachten van bewoners, en dan is de roep om optreden ineens een stuk minder theoretisch.
Waar het schuurt: proportionaliteit en bekendheid van regels
De weerstand ontstaat vooral bij situaties die onschuldig of tijdelijk aanvoelen, zoals stoepkrijt, of bij regels die niet iedereen paraat heeft. Een boete van boven de honderd euro komt dan snel over als buitensporig, zeker als iemand niet bewust iets verkeerd doet.

Ook speelt mee dat regels per gemeente kunnen verschillen. Wat in de ene stad strikt wordt beboet, wordt elders gedoogd of nauwelijks gecontroleerd. Dat maakt het voor burgers lastig: je kunt het gevoel krijgen dat je pas leert wat mag wanneer je al een bon hebt.
De politieke prik aan het einde
Van Haga sloot zijn bericht af met een sneer die door sommigen als grap werd opgevat en door anderen als olie op het vuur. Hij wees op de boete voor “zonder redelijk doel rondhangen” en stelde dat je die ook aan politici en bestuurders kunt uitdelen.
Dat soort zinnen werken online als brandstof: ze maken het deelbaar en zetten kampen tegenover elkaar. Voorstanders zien het als een rake oneliner, tegenstanders als goedkoop scoren. Hoe dan ook hielp het om het bericht verder te laten rondzingen.
Noodzakelijke handhaving of doorgeslagen regels?
Onder de reacties zie je meestal twee duidelijke groepen. De ene groep zegt: regels zijn er niet voor niets, en wie zich eraan houdt heeft niets te vrezen. Zonder stevige bedragen verdwijnt het effect en blijft overlast gewoon bestaan.
De andere groep vindt dat de openbare ruimte steeds minder ‘van iedereen’ voelt. Volgens hen is er te weinig ruimte voor ongelukjes, kinderen, spontane acties en gezond verstand. Vooral bij stoepkrijt vragen mensen zich af: moet dit echt zo zwaar worden aangepakt?
Wat je vooral merkt: veel mensen schrikken simpelweg
Los van politieke voorkeur raakt zo’n boetelijst een gevoelige snaar omdat het concreet maakt wat handhaving kan kosten. Veel mensen weten niet precies welke bedragen bij welke overtreding horen, en al helemaal niet dat zulke alledaagse dingen zo hoog kunnen uitvallen.
En precies daarom blijft dit onderwerp terugkomen: het gaat over grenzen. Wat vinden we normale orde en veiligheid, en waar begint het gevoel dat het doorschiet? Praat mee via onze sociale media en laat weten waar jij de lijn zou trekken.











