Elektrische auto’s zijn niet meer weg te denken uit het huidige straatbeeld. Wie met een losse laadkabel naast zijn of haar elektrische voertuig staat, wordt onvermijdelijk geconfronteerd met de vraag: welke stekker steek je als eerste in, die van de auto of die van de laadpaal?

Vooral voor nieuwe eigenaren van een elektrische auto kan deze ogenschijnlijk simpele vraag voor verwarring zorgen. Toch blijkt het antwoord tegenwoordig eenvoudiger dan men zou verwachten.
De volgorde maakt bij moderne auto’s nauwelijks verschil
Bij de nieuwste generatie elektrische voertuigen is het nagenoeg irrelevant in welke volgorde de stekkers worden aangesloten. De techniek is inmiddels zo ver ontwikkeld dat het systeem altijd eerst controleert of alles veilig en correct verbonden is, voordat het laden daadwerkelijk start.
Of men nu de kabel eerst in de laadpaal steekt en daarna in het voertuig, of juist andersom, de ingebouwde beveiliging zorgt ervoor dat het proces veilig verloopt. Pas na deze controles zal er stroom gaan lopen.
Ondanks het feit dat de techniek de belangrijkste veiligheidsmaatregelen afvangt, wordt het aangeraden om een vaste routine voor het laden aan te houden. Dit verkleint de kans dat een laadsessie per ongeluk niet goed wordt gestart of afgesloten.
Vaste routines en persoonlijke voorkeuren
Veel bestuurders van elektrische auto’s ontwikkelen in de loop der tijd hun eigen voorkeur. Sommigen beginnen standaard bij de laadpaal, terwijl anderen juist altijd eerst de stekker in de auto steken. Volgens de ANWB maakt het bij moderne laadsystemen weinig uit.
De beveiligingstechnologie is zodanig ontworpen dat beide aansluitingen eerst worden gecontroleerd voordat het laden begint. Het is dus niet meer, zoals vroeger werd gedacht, veiliger om een specifieke volgorde aan te houden.
Waar vroeger nog werd aangeraden om één specifieke volgorde te volgen, is dat vandaag de dag vrijwel niet meer van belang. Zodra één kant van de kabel is ingeplugd, staat er nog geen spanning op; pas na het voltooien van verschillende controles kan het laadproces starten.
Hierdoor is het risico op schade of gevaar minimaal, ongeacht welke stekker als eerste wordt aangesloten.
LEES OOK:Miljoenenjacht-kijkers nemen geen blad voor de mond en gaan helemaal los
Het belang van goed aansluiten en starten
Hoewel de volgorde van aansluiten weinig uitmaakt, is het essentieel dat beide stekkers goed worden bevestigd en de laadsessie daadwerkelijk wordt gestart. Bij openbare laadpalen gebeurt dit doorgaans met een laadpas of een app. Laadpunten geven vaak via een lampje of ander signaal aan dat het laden begonnen is.
Ook in het voertuig zelf is meestal te controleren of de accu wordt opgeladen. Het is verstandig om altijd even te controleren of het laden daadwerkelijk gestart is voordat men wegloopt.
Het laden van een elektrische auto is niet te vergelijken met het aansluiten van een gewoon huishoudelijk apparaat. Waar er bij een verlengsnoer direct spanning op staat, communiceren de auto en de laadpaal eerst met elkaar.
Zij controleren onder meer of de kabel goed is aangesloten en of het veilig is om te beginnen met laden. Pas als aan alle eisen is voldaan, komt er daadwerkelijk spanning op de kabel.
Verschillende soorten laadpunten en kabels
In Nederland wordt bij reguliere openbare laadpalen doorgaans gebruikgemaakt van een Type 2-kabel met twee aansluitingen, bedoeld voor AC-laden. Bij laadpunten met een vaste kabel is de kabel al aan de paal bevestigd en hoeft alleen het voertuig nog te worden aangesloten.
Bij snelladers is de kabel meestal permanent aan de laadpaal bevestigd, waardoor de vraag over de volgorde van aansluiten daar niet speelt.
Het is wel van belang dat de kabel altijd stevig wordt aangesloten. Een niet goed bevestigde kabel kan ertoe leiden dat het laden niet start. Controleer daarom altijd beide stekkers en let op de signalen van de laadpaal en het voertuig zelf.
Problemen bij het laden
Mocht het laden niet starten, dan is het raadzaam om eerst te controleren of beide stekkers volledig zijn aangesloten en of de laadpas of app correct is gebruikt. Veel elektrische auto’s geven met een lampje bij de laadpoort of een melding op het dashboard aan of het laden is begonnen.
Foutmeldingen op de laadpaal kunnen ook een aanwijzing zijn dat er iets mis is gegaan.
Instellingen in de auto kunnen eveneens invloed hebben. Zo beschikken sommige modellen over een functie voor uitgesteld laden, waarbij de stroom pas op een later tijdstip begint te lopen. Dit is handig voor wie thuis tijdens daluren wil laden, maar kan verwarrend zijn als men niet weet dat deze functie actief is.
Ook de laadkabel zelf verdient aandacht. Controleer regelmatig op beschadigingen, knikken of versleten plekken. Laat nooit een auto over de kabel rijden om schade te voorkomen.
Het loskoppelen van de laadkabel
Na afloop van het laden is de volgorde van handelingen iets belangrijker. Tijdens het laden is de stekker vaak automatisch vergrendeld om te voorkomen dat de kabel per ongeluk wordt verwijderd. Eerst moet de laadsessie worden beëindigd via de laadpas, app of het voertuig.
LEES OOK:Nieuwe regels voor noodpakketten zorgen voor onrust bij miljoenen Nederlanders
Daarna wordt de kabel ontgrendeld en kan deze worden verwijderd. Het is belangrijk om nooit met kracht aan de kabel te trekken, omdat dit schade kan veroorzaken aan de stekker, laadpoort of interne vergrendeling.
Indien de kabel aan de zijde van de laadpaal vastzit, kan het helpen om de laadpas nogmaals aan te bieden. Soms is de laadsessie niet volledig afgerond. Lukt het niet om de stekker los te krijgen, dan kan contact worden opgenomen met de beheerder van de laadpaal, die het probleem vaak op afstand kan verhelpen.
Wanneer de stekker juist in het voertuig vast blijft zitten, kan het herhaaldelijk vergrendelen en ontgrendelen van de auto uitkomst bieden. Dit kan ervoor zorgen dat het slot van de laadpoort wordt gereset.
In sommige gevallen is er een noodontgrendeling aanwezig, die alleen volgens de instructies van de fabrikant en bij nood gebruikt dient te worden.
Winterse omstandigheden en bevriezing
In de koudere maanden kan bevriezing rond de laadpoort een extra obstakel vormen. Water, regen, sneeuw of condens kan zich ophopen rond de aansluiting en bij vorst vastvriezen, waardoor de stekker moeilijk loskomt.
Het is aan te raden om de aansluiting zo droog mogelijk te houden en de kabel zo te leggen dat water niet direct richting de stekker stroomt. Een kleine lus in de kabel kan al voorkomen dat vocht naar de aansluiting loopt.
Als de aansluiting toch is vastgevroren, is het van belang niet met kracht aan de kabel te trekken. Laat het ijs rustig smelten of verwarm de omgeving voorzichtig. Gebruik nooit kokend water, omdat dit nieuwe problemen kan veroorzaken bij hernieuwde vorst.
Sommige auto’s hebben een verwarmd systeem voor de laadpoort, waarmee ijs sneller verdwijnt. Raadpleeg hiervoor de handleiding van het voertuig.
Conclusie: routine en voorzichtigheid zijn het belangrijkst
De kern van het verhaal is dat de volgorde van aansluiten bij moderne elektrische auto’s nauwelijks meer uitmaakt. Of men nu eerst de stekker in de auto of in de laadpaal steekt, beide methodes zijn veilig dankzij de ingebouwde controles.
Het is vooral van belang om een vaste routine aan te houden, beide stekkers goed te bevestigen en na afloop de laadsessie correct af te sluiten. Door rustig en zorgvuldig te werk te gaan, wordt het laden van een elektrische auto een eenvoudige en probleemloze handeling.










