Op het Overijsselse platteland speelt zich een stille strijd af. Terwijl het voorjaar normaal gesproken bol staat van vogelgeluiden boven natte weilanden, klinkt het op steeds meer plekken opvallend leeg. En juist dat gemis zet de provincie nu aan tot een maatregel die gevoelig ligt.

Overijssel wil het namelijk mogelijk maken om verwilderde katten af te schieten, in de hoop weidevogels beter te beschermen. Het gaat om katten die buiten rondzwerven en zich niet (meer) laten terugbrengen naar een eigenaar. Maar of dit echt gaat helpen, is meteen de grote vraag.
Waarom overijssel nu ingrijpt
De aanleiding is helder: het aantal weidevogels neemt al jaren af. Denk aan soorten als de grutto, kievit en tureluur, ooit typische bewoners van het open boerenland. Volgens de provincie zijn extra maatregelen nodig om te voorkomen dat het nog verder bergafwaarts gaat.
Het dagelijks bestuur van Overijssel, de Gedeputeerde Staten, heeft daarom een voorstel ingediend bij de Provinciale Staten. Daarmee vraagt het bestuur ruimte om in specifieke situaties verwilderde katten te laten afschieten, als onderdeel van het faunabeheer.
Meer ruimte voor vergunningen
Het plan staat niet op zichzelf. Overijssel werkt aan een breder pakket waarmee de provincie de bestaande regels rond het beheer van roofdieren “zo breed mogelijk” wil toepassen. In de praktijk kan dat betekenen: vaker vergunningen afgeven voor ingrijpen.

Niet alleen verwilderde katten vallen onder die mogelijke uitbreiding, ook vossen worden genoemd. Het idee is dat jagers of faunabeheerders in gebieden waar weidevogels broeden sneller kunnen handelen als predatie (het roven van eieren of kuikens) een probleem blijkt.
Friesland als enige voorbeeld, en dat schuurt
Op dit moment is Friesland de enige provincie waar al een ontheffing bestaat om verwilderde katten af te schieten. Dat beleid is al jaren omstreden en roept steeds opnieuw discussie op tussen voorstanders, dierenorganisaties en ecologen.
Critici stellen dat het afschieten van katten niet alleen ethisch gevoelig is, maar ook moeilijk uitlegbaar voor mensen met huisdieren. Bovendien is het in de praktijk vaak lastig om met zekerheid te zien of een kat echt verwilderd is, of toch iemands buitenkat.
Spelen katten wel de hoofdrol bij de afname?
De kern van het debat draait om effect: lossen we hiermee het juiste probleem op? Dierenorganisaties en deskundigen vragen zich hardop af of katten werkelijk een grote rol spelen bij de afname van weidevogels, of dat ze vooral een zichtbare “makkelijke” schuldige zijn.
Onderzoek van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) uit 2023 wijst namelijk vooral naar vossen en steenmarters als belangrijke predatoren. Die blijken in veel gebieden vaker verantwoordelijk voor het roven van nesten en kuikens.
Landbouw speelt ook mee, maar is lastiger aan te pakken
Naast predatie speelt ook de manier waarop het landschap is veranderd een rol. Intensieve landbouw zorgt op veel plekken voor minder kruidenrijke graslanden, minder natte stukken en minder beschutting. Precies de elementen die weidevogels nodig hebben om te broeden en voedsel te vinden.
Dat levert een ongemakkelijke werkelijkheid op: zelfs als je roofdieren beter beheert, blijft de leefomgeving cruciaal. Kuikens hebben insecten nodig, ouders moeten dekking vinden, en nesten krijgen meer kans in later gemaaide, nattere percelen.

Wat betekent dit voor inwoners met katten?
Hoewel het voorstel draait om verwilderde katten, raakt het onderwerp meteen aan de dagelijkse realiteit van dorpen en buitengebieden. Veel mensen hebben katten die graag naar buiten gaan. Dat maakt de discussie extra gevoelig en soms ook emotioneel.
In de uitwerking zal dus duidelijk moeten worden hoe Overijssel wil bepalen wanneer een kat als verwilderd geldt, wie dat vaststelt en hoe wordt voorkomen dat huiskatten gevaar lopen. Zonder heldere regels wordt het plan al snel een bron van wantrouwen.
Hoe gaat het nu verder?
De komende tijd buigen Provinciale Staten zich over het voorstel. Het wordt onderdeel van een pakket dat volgend jaar definitief moet worden uitgewerkt door de Gedeputeerde Staten. Pas dan wordt concreet hoe ruim de provincie vergunningen wil verstrekken.
Tot die tijd blijft het onderwerp waarschijnlijk hoog op de agenda staan, juist omdat het schuurt tussen natuurbeheer en dierenwelzijn. Wat vind jij: is dit een noodzakelijke stap om weidevogels te helpen, of slaan we hiermee de plank mis? Laat het weten via onze social media.
Bron: metronieuws.nl


